Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Bijdrage 20 – Meer samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp

Samenwerking tussen de domeinen Onderwijs en Jeugdhulp is van groot belang van de jeugd in Baarn. En in Nederland zien we regelmatig voorbeelden waarin dat veel beter kan en moet. Recentelijk publiceerde het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) een analyse met zes aandachtspunten voor de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Het NRO werkt aan verbetering en vernieuwing van het onderwijs. Dat doet het NRO door onderwijsonderzoek te coördineren en te financieren, en door de verbinding tussen praktijk en onderzoek en tussen beleid en onderzoek te verbeteren.

 

Onderzoek naar samenwerking

In Nederland, en dus ook in Baarn, is er veel aandacht voor de samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp, leraren en jeugdhulpverleners. Maar er is weinig onderzoek uitgevoerd naar de ervaring en perceptie van deze samenwerking op het niveau van de schoolklas. De Hogeschool Windesheim, PricoH en de Rijksuniversiteit Groningen onderzochten welke factoren de samenwerking beïnvloeden en werkzaam zijn in de klas. Er zijn 17 interviews afgenomen met ouders waarvan het kind een vorm van hulpverlening krijgt. Na deze interviews zijn ook de hulpverlener, leraar en in sommige gevallen de leerling geïnterviewd. Tenslotte zijn ook leerlingdossiers geanalyseerd.

 

Resultaten

Op basis van de analyse beschrijven de onderzoekers de volgende zes aandachtspunten voor de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp:
1. De leraar ervaart ‘contact’ met de hulpverlener: het is mogelijk om ervaringen en vragen uit te wisselen en elkaar aan te spreken op de manier waarop eventuele hulp aan het kind kan worden verleend.
2. Ouders ervaren dat er goede afstemming is tussen onderwijs en jeugdhulp, en leerkrachten voelen zich serieus genomen door de hulpverlener.
3. Er zijn afspraken over het moment dat de beoogde doelen zijn behaald (welk gedrag laten we dan zien) en over rol van tijd (de tijd om doelen te behalen en de interventies te kunnen uitvoeren).
4. De doelen van de hulpverlening laten resultaat zien in de school- en klassencontext. Daarnaast is er overeenstemming tussen de leraar en hulpverlener dat niet alles opgelost wordt door een interventie. Het is duidelijk dat in veel gevallen aandacht en betrokkenheid nodig blijft (ook na inzet van de hulpverlener).
5. Voor zowel de leraar als hulpverlener is duidelijk ‘wie wat doet en waarom’. Het doel van de observaties van kinderen is afgestemd, de reden waarom zij even buiten de klas hulp krijgen is overlegd en in geslaagde samenwerking valt op dat wederzijds feedback ontstaat.
6. Hulpverleners bespreken de problemen die zij ervaren in hun samenwerking met leraren en ouders, en spreken ze er ook op aan. Op die manier blijven de hulpverleners meerzijdig partijdig.

Het complete rapport staat op de site van NRO.

 

Plannen van D66

D66 wil graag in de komende raadsperiode komen tot een Jeugdagenda voor de jeugd in Baarn waarbij er een intensieve samenwerking is tussen scholen, sportverenigingen, cultuur, zorg, etc. Echt georganiseerd vanuit het oogpunt van de jeugd, en niet vanuit de ambtelijke domeinen of bestuurlijke portefeuilles. Hierin nemen we de bovenstaande aandachtspunten mee.

 

In de serie ‘Op weg naar de mooiste gemeente van Nederland in 66 weken’ is dit de twintigste bijdrage. 

Gepubliceerd op 05-06-2021 - Laatst gewijzigd op 21-06-2021